ZBO-bestuurders mogen door Tweede Kamer gehoord worden

 
ZBO-bestuurders mogen gehoord worden door de Tweede Kamer

Vanaf maandag 22 september 2014 is het de Tweede Kamer toegestaan om ZBO-bestuurders te horen in de Tweede Kamer zonder voorafgaande toestemming van een vakminister.

HPV heeft bij monde van haar voorzitter Dorine Burmanje hier meerdere keren voor gepleit. Zoals in het openbare gesprek met de onderzoekscommissie verzelfstandiging en privatisering van de Eerste Kamer (POC) op 13 juni 2012. Maar ook recent nog in de conferentie van het Ministerie van Financiën waar het nieuwe financiële beheer en toezichtkader voor de semipublieke sector werd gepresenteerd op 11 juni 2014. Voornaamste reden hiervoor is allereerst praktisch, anders is het  ‘uitvoeringsgeluid’ in de informatievoorziening richting de Tweede Kamer vrijwel afwezig. Daarnaast kan de ZBO-bestuurder zelf als beste duiden wat er onder eigen verantwoordelijkheid afspeelt.

Deze nieuwe verworvenheid vormt daarom een belangrijke en herkenbare schakel in de verantwoordelijkheidsafbakening van een Minister ten opzichte van het ZBO. 

Uit de Kamerbrief “Nota van ministeriële verantwoordelijkheid” van Minister Blok ook namens Minister Plasterk:

“Een zbo-bestuurder is - anders dan de ambtenaren waarvoor de Leidraad (voor de toepassing van de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren bij functionele contacten met de Staten-Generaal, KH) is geschreven – niet hiërarchisch ondergeschikt aan een minister. Hij heeft – in tegenstelling tot een minister - geen directe relatie met de Kamer. Hij legt ook geen verantwoording af aan de Kamer zoals ministers dat doen.”

“Wél hecht het kabinet eraan dat de Kamer die een zbo-bestuurder wil horen de betrokken bewindspersoon hiervan vooraf, of tegelijk met de zbo-bestuurder, in kennis stelt. Alleen zo is het kabinet ervan verzekerd dat de minister of staatssecretaris zijn beperkte ministeriële verantwoordelijkheid in relatie tot een zbo kan waarmaken.”